Veilige VechtSamen werken aan sterke dijken en een klimaatbestendig Vechtdal
Veilige VechtSamen werken aan sterke dijken en een klimaatbestendig Vechtdal

Waarom versterken we de Vechtdijken?

De komende jaren werkt Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDODelta) aan het versterken van de dijken langs de Vecht tussen Dalfsen en Zwolle. Is die dijkversterking echt nodig? Het korte antwoord: ja. Meer weten? Lees dan dit achtergrondartikel.

Nederland is kwetsbaar voor overstromingen. Zestig procent van ons land zou regelmatig onder water lopen zonder onze dijken en duinen. We doen er alles aan om een volgende overstroming te voorkomen. Dat is geregeld in de Waterwet. Daarin staan sinds 2017 nieuwe veiligheidseisen waaraan dijken moeten voldoen. Het kan zijn dat (een deel van) de dijk niet meer voldoet aan de eisen. Dan is er werk aan de winkel. Het waterschap is verantwoordelijk voor de veiligheid van de dijk zodat bewoners en het achterland beschermt blijven tegen overstromingen. Als de dijk niet meer voldoet aan de wettelijke eisen gaat het waterschap aan de slag om de dijk voldoende veilig te maken voor de toekomst. Het waterschap is namelijk verantwoordelijk voor de veiligheid van onze dijken, zodat bewoners en het achterland beschermt blijven tegen overstromingen.

Landelijk programma
In het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) werken waterschappen en Rijkswaterstaat samen om alle dijken in Nederland veilig te maken en te houden. De komende dertig jaar worden in Nederland minimaal 1.300 dijken en 500 sluizen en gemalen versterkt. Het doel van het landelijke programma is dat in 2050 alle dijken veilig zijn. Het project Veilige Vecht is één van de projecten van het Hoogwaterbeschermingsprogramma.

 

Hoe wordt bepaald of een dijk veilig is?

De dijken langs de Vecht zijn primaire dijken. Primaire dijken zijn de belangrijkste dijken die ons land beschermen tegen buitenwater zoals de zee, de grote rivieren en de grote meren. Voor primaire dijken zijn eisen vastgelegd in een wet. De dijken tussen Dalfsen en Zwolle zijn ook primaire dijken die het gebied achter de dijken beschermen tegen het water uit de Overijsselse Vecht en water dat uit het IJsselmeer en het Zwarte Water de Vecht op gestuwd wordt. Maar hoe wordt bepaald of een dijk veilig is en aan de eisen voldoet?

Veiligheidseisen aan dijken

De eisen, of veiligheidsnorm, waaraan een dijk moet voldoen geeft aan hoe vaak een dijk in theorie maximaal mag doorbreken. Deze norm is vastgelegd in de Waterwet. De norm wordt uitgedrukt als een overstromingskans gelijk aan “eens in de zoveel jaar”. Het aantal jaren is gebaseerd op het overstromingsrisico (kans maal gevolg) van een overstroming. In het algemeen geldt: hoe groter de potentiële gevolgen van een overstroming, hoe strenger (dus lager) de norm. De kans op overstroming van een dijk (overstromingskans) moet lager zijn dan de norm, om te voldoen aan de veiligheidsnormen.

Eisen voor een veilige dijk

Een dijk is voldoende veilig als de dijk in staat is extreme omstandigheden te trotseren. Denk aan een periode van extreem hoogwater en golven en een aantal uren heftige storm. Dit worden de maatgevende omstandigheden genoemd. In deze situatie staat er lange tijd hoogwater tegen de dijk te duwen en kan water in de dijk sijpelen: dit kan de dijk verzwakken. De maatgevende omstandigheden zijn vastgelegd in eisen die zijn opgenomen in de Waterwet. De eis is uitgedrukt als een overstromingskans, dus hoe vaak een dijk in theorie kapot mag gaan. Iedereen in Nederland heeft ten minste dezelfde bescherming (‘basisbescherming’) tegen overstromingen. Veroorzaakt een overstroming in een gebied grote gevolgen door meer slachtoffers en/ of economische schade? Dan worden er hogere eisen aan de dijk gesteld. Dus hoe groter de potentiële gevolgen van een overstroming, des te kleiner de kans moet zijn dat de dijk doorbreekt. Voor de dijken langs de Vecht geldt een overstromingskans van 1/1000 (noordkant) en 1/3000 (zuidkant).

De Vechtdijken worden continu in de gaten gehouden door het waterschap. Eens per twaalf jaar vindt er ook een grote toets plaats, vergelijkbaar met een APK keuring bij een auto. Bij deze toets beoordeelt het waterschap of de dijk nog voldoet aan de eisen. Daar komt veel technische kennis en rekenwerk aan te pas. De resultaten van de toets worden besproken met en beoordeeld door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Zo houdt de Nederlandse overheid zicht op de hoogwaterbescherming.

Het kan zijn dat uit de toets naar voren komt dat (een deel van) de dijk niet meer voldoet aan de eisen. Dan kan de veiligheid van bewoners en het achterland in de toekomst niet meer worden gegarandeerd. In dat geval gaat het waterschap aan de slag om de dijk voldoende veilig te maken voor de toekomst.

Hoe wordt bepaald of een dijk voldoet aan de eisen?

Om te kunnen voldoen aan de wettelijke norm, moet de kans op een overstroming van de Vechtdijken laag genoeg zijn. De kans dat een dijk overstroomt hangt af van (1) de kracht van het water en de golven tegen de dijk (belasting) en (2) de sterkte van de dijk om die belasting aan te kunnen en het water tegen te houden.

De belangrijkste belastingen zijn de waterdruk op de dijk, de krachten die golven uitoefenen op de dijk en de stroming langs, door of onder de dijk. Daarnaast kan de dijk ook belast worden door gewicht zoals verkeer over een weg op de dijk. De sterkte van een dijk hangt af van onder andere de dijkhoogte en -breedte en de kwaliteit van bijvoorbeeld asfalt of gras waarmee de dijk bekleed is.

Als een dijk niet voldoet aan de veiligheidseisen, is de kans op een overstroming te hoog. De kans op een overstroming kan worden verlaagd door óf de dijk te versterken óf de belasting (waterstand en golven) tegen de dijk te verlagen, of een combinatie van beide. De belastingen kunnen verlaagd worden door de rivier te verbreden, waardoor het water in de rivier meer ruimte krijgt en de waterstand lager is, of door gemalen of waterbergingen aan te leggen om minder water tegelijk door de rivier te laten stromen. In het project Veilige Vecht kijken we daarom ook naar dit soort oplossingen. Ook voor het versterken van een dijk zijn er verschillende mogelijkheden, zoals dijkverhoging, dijkverbreding of het aanbrengen van een betere grasmat. Welke maatregel toegepast wordt hangt onder andere af van welke aspecten van de dijk (faalmechanismen) niet sterk genoeg zijn.

Faalmechanismen

Een dijk kan op verschillende manieren stuk gaan, ofwel ‘falen’. Dat noemen we faalmechanismen. Met deze en andere faalmechanismen houdt het waterschap rekening bij het toetsen en ontwerpen van een dijk, omdat de kans op een overstroming afhangt van al deze faalmechanismen. Een overstroming wordt vaak veroorzaakt doordat een dijk faalt op één of meerdere faalmechanismen. De meest voorkomende faalmechanismen bij de Vechtdijken zijn hoogte, piping, stabiliteit en bekleding.

Faalmechanisme: hoogte overloop en overslag

Hoogte: overloop en overslag
De dijk is niet hoog genoeg. Doordat er teveel water over de dijk stroomt, kunnen de kruin en het binnentalud eroderen waardoor de dijk bezwijkt.

 

Faalmechanisme: piping

Piping
Tijdens hoogwater ontstaan kanaaltjes (zandmeevoerende wellen) onder de dijk. Hierdoor kan water dat onder de dijk doorstroomt zand meevoeren, waardoor de dijk verzwakt en vervolgens bezwijkt.

 

Faalmechanisme: stabiliteit binnenwaarts

Stabiliteit binnenwaarts
De dijk is niet stabiel genoeg om weerstand te kunnen bieden bij hoogwater, waardoor delen van de dijk aan de landzijde kunnen afschuiven en de dijk bezwijkt. 

 

 

Bekleding: erosie door beschadiging van bekleding
Door stroming en golven kan de grasbekleding beschadigd raken. De dijk kan bezwijken, doordat het onderliggende zand weg erodeert.

 
 

Beoordelen van de sterkte van de Vechtdijken

Bij de beoordeling of de overstromingskans van de Vechtdijken voldoet aan de wettelijke eisen, zijn de afgelopen jaren de belastingen op de dijk en de sterkte-eigenschappen van de dijk geanalyseerd en met elkaar vergeleken. Daar komt veel technische kennis en rekenwerk aan te pas. Het waterschap gebruikt hiervoor informatie en modellen over bijvoorbeeld waterstanden, wind- en waterstromingen en klimaatscenario’s. Daarbij wordt rekening gehouden met extreme hoogwater- en weersituaties, zoals een stevige noordwestelijke wind (waardoor water uit het IJsselmeer en het Zwarte Water de Vecht op gestuwd wordt) in combinatie met veel regenval in het hele Vechtdal en Duitsland. Dit zorgt voor een hoge waterstand en golven op de Vecht. Ook in deze situaties moet de dijk voldoende veiligheid bieden. De sterkte van de dijk wordt bepaald met behulp van grondonderzoek. Met boringen, sonderingen en grondradar is in beeld gebracht hoe de dijk is opgebouwd. De Vechtdijken zijn getoetst op alle relevante faalmechanismen. Uit deze toets blijkt dat de Vechtdijken tussen Dalfsen en Zwolle niet overal voldoende sterk en hoog zijn en niet aan de veiligheidseisen voldoen. 

Hoogte, piping en bekleding

De belangrijkste faalmechanismen waarop de Vechtdijken tussen Dalfsen en Zwolle zijn afgekeurd zijn hoogte, piping en bekleding. Op een aantal plekken blijkt uit de toets dat de Vechtdijken niet hoog genoeg zijn om de uitzonderlijke (maatgevende) waterstanden en golven veilig genoeg tegen te kunnen houden. 

Op deze kaart zie je om welk gebied het gaat en wat er met de dijk aan de hand is.
Op deze kaart zie je om welk gebied het gaat en wat er met de dijk aan de hand is.


De Vechtdijken zijn ook getoetst op het faalmechanisme ‘piping’. Daaruit blijkt dat het risico op piping op sommige locaties langs de Vechtdijken te hoog is. Ook dit is een aandachtspunt voor de toekomstige dijkversterking. Daarnaast blijkt uit de toets dat het grootste deel van de Vechtdijk tussen Dalfsen en Zwolle momenteel stabiel genoeg is. Slechts op een aantal locaties is het risico op een instabiele dijk bij hoogwater te hoog en voldoet de stabiliteit dus niet aan de eisen. 
Tot slot lijkt de grasbekleding van de Vechtdijken niet sterk genoeg. Daardoor zou de grond uit de dijk kunnen wegspoelen als er sterke golven tegen de dijk komen. De Vechtdijken bestaan veelal uit zand, terwijl de meeste dijken in Nederland zijn opgebouwd uit klei. Hierdoor is er nog niet genoeg kennis om de sterkte van de grasbekleding op een zanddijk goed te beoordelen. De grasbekleding is mogelijk sterker dan we nu moeten aannemen. Om hier meer kennis over te krijgen, voert het waterschap deze winter (2020-2021) in samenwerking met het HWBP een onderzoek uit naar de sterkte van gras op zanddijken. De resultaten van dat praktijkonderzoek worden begin 2022 gebruikt om de sterkte van de grasbekleding op de Vechtdijken opnieuw te berekenen. Deze resultaten zijn beschikbaar voordat het ontwerp van de verschillende alternatieven wordt uitgewerkt en ruim voordat de uitvoering van de dijkversterking begint.

En wat als er in de tussentijd extreem hoogwater komt? Mocht het extreme hoogwater in de periode is voordat de dijkversterking klaar is, dan neemt het waterschap maatregelen door bijvoorbeeld het plaatsen van zandzakken of aanbrengen van kunststof doeken op de dijk om de grasbekleding te beschermen. Omdat de Vecht een regenrivier is, ziet het waterschap hoogwater relatief vroeg aan komen en kunnen op tijd voorzorgsmaatregelen worden getroffen. Daarnaast controleren medewerkers de dijken twee keer per jaar tijdens de zogenoemde ‘schouw’. Als er schade of andere problemen worden geconstateerd, dan wordt hier direct wat aan gedaan.

Versterken voor de toekomst

Op basis van de toetsresultaten wordt bepaald of een dijk versterkt moet worden. Een dijkversterking is een ingrijpend project, zowel voor bewoners, belanghebbenden, het waterschap en anderen. Daarom is het belangrijk om bij een dijkversterking naar de toekomst te kijken en de dijk voor een lange levensduur te versterken. Daarom wordt bij het ontwerp voor een dijkversterking ook rekening gehouden met bodemdaling en klimaatverandering, waaronder zeespiegelstijging en extremere weersomstandigheden. Een dijk wordt doorgaans versterkt voor minimaal vijftig jaar: het is een investering voor de lange termijn.

Ook de Vechtdijken worden ontworpen zodat ze voor lange tijd veilig zijn. Daarom neemt het waterschap de klimaatscenario’s van het KNMI, en de bijbehorende verwachte zeespiegelstijging, mee in het bepalen van de toekomstige waterstanden en golven tegen de dijk. De Vechtdijken liggen natuurlijk niet direct aan zee, maar zeespiegelstijging zorgt ook voor een stijging van het waterpeil op het IJsselmeer en het IJsselmeer is verbonden aan de Vecht.

Het hoofddoel van het project Veilige Vecht is zorgen dat de dijken voldoen aan de veiligheidseisen, zodat de veiligheid van de dijken voor de komende decennia is gewaarborgd. Waar nodig worden daarom de dijken versterkt. Daarnaast kijkt het waterschap ook of het mogelijk is om de waterveiligheid (gedeeltelijk) via andere oplossingen in het watersysteem te realiseren. Deze watersysteemmaatregelen zorgen voor een lagere waterstand of een korter hoogwater op de Vecht en daarmee voor lagere belastingen op de dijk. Voorbeelden van systeemmaatregelen zijn (1) het vasthouden van water in het hele Vechtdal, (2) het bergen van water in de gebieden naast de Vecht, zodat het vervolgens gecontroleerd en meer verspreid over de tijd door de Vecht kan worden geleid en (3) het realiseren van meer ruimte voor de Vecht. Samen met waterschap Vechtstromen, gemeentes, provincie en bewoners van het gebied onderzoeken we de komende tijd welke systeemmaatregelen kansrijk zijn en écht bijdragen aan de waterveiligheid tussen Dalfsen en Zwolle. Zo werken we aan een klimaatbestendig Vechtdal en veilige Vechtdijken voor de komende 50 jaar.

Contact

Veilige Vecht is een project van Waterschap Drents Overijsselse Delta 

Opsommingsteken pijltje Bel: (088) 233 12 00.
Opsommingsteken pijltje Bezoek: Dokter van Deenweg 186, 8025 BM, Zwolle

Wij zijn bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 08.00 tot 17.00 uur.

Alle contactgegevens

Praat mee

Logo van LinkedIn  Logo van Facebook  Logo van Twitter  Logo van Instagram  Logo van YouTube

Waterwerk app

Volg onze projecten ook via de app.
Lees informatie, stel vragen en doe meldingen. Download: (
Android | iOS )​​​​

 
Cookie-instellingen